Het startpunt voor MKB Nederland!
Vragen? 0548-54 16 15
(ma-vr 9:00-17:30)
 

Preventie: Electronische maatregelen

Naast de organisatorische en bouwkundige aspecten is elektronische inbraakbeveiliging het derde wezenlijke onderdeel van inbraakbeveiliging.
 
Het hart van een elektronisch inbraaksysteem wordt gevormd door de centrale controle en stuureenheid (CCS). Op deze CCS wordt alle randapparatuur aangesloten. Deze randapparatuur bestaat uit:
 
 
Bediening
Alarmsystemen kunnen op een aantal verschillende manieren worden ingeschakeld. Dit zijn achtereenvolgens, codebediendelen, sleutelbediendelen,bloksloten, schootcontacten en draadloze zenders.
 
Codebediendelen
Codebediendelen zijn er in drie varianten; met een LED uitlezing, met een vaste LCD uitlezing en met een variabele LCD uitlezing.
 
-           LED uitlezing: van de gebruikte codebediendelen is dit de goedkoopste mogelijkheid. Het nadeel is echter dat de gebruikersvriendelijkheid te wensen over laat. Gewoon inschakelen gaat nog wel totdat er een keer een raam open blijft staan. Een lampje gaat branden en u weet niet wat het is. Voordat u de groepenindeling gevonden hebt bent u geruime tijd verder.
-           Vaste LCD uitlezing: een aantal meldingen worden als tekst in telegramstijl uitgevoerd. Een raam dat open staat zal op het display verschijnen als openstaande groep. Ook hier bent u geruime tijd verder voordat u de groepenindeling hebt gevonden.
-           Variabele LCD uitlezing: dit is de meest gebruikersvriendelijke oplossing. In gewone taal wordt u verteld welk raam openstaat en dat u daarom niet kunt inschakelen.
 
Sleutelbediendelen
Sleutelbediendelen worden zowel binnen als buiten toegepast. Sleutelbediendelen zijn handig als er veel gebruikers zijn en weinig codes beschikbaar of als de gebruikers niet zo handig zijn met elektronische apparatuur. Gebruik echter wel altijd een gecertificeerde cilinder, dit om misbruik te voorkomen. Sleutelbediendelen worden zowel binnen als buiten toegepast. Als uw een sleutelbediendeel buiten ophangt, zorg dan dat de sabotageschakelaar werkt, en dat uw systeem doormelding naar een meldkamer heeft. Een sabotagepoging wordt dan opgemerkt. Is dit niet het geval dan is het een klein kunstje om het sleutelbediendeel te manipuleren en uw alarm uit te zetten.
 
Bloksloten
Een blokslot is niets meer dan een elektronisch slot. Als het alarm gereed is om in te schakelen dan kunt u het slot op slot draaien. Is het alarm niet gereed dan kunt u de schoot niet omdraaien en zult u moeten uitzoeken wat het probleem is. Dit kan lastig zijn. Het is op zich een goede, weinig toegepaste, manier om het systeem in te schakelen. De kans op inschakelfouten is namelijk erg klein.
 
Schootcontacten
Schootcontacten zijn schakelaars welke in de deurpost worden ingebouwd. Als u de deur afsluit wordt de schakelaar door de nachtschoot ingedrukt en uw systeem schakelt in. Als u de deur opent, opent ook de schakelaar en gaat het alarm uit. Als echter een inbreker deze deur forceert dan opent hij ook het schootcontact en uw systeem schakelt uit.
 
Draadloze zenders
Draadloze zenders, ook wel afstandbedieningen genoemd, zijn een makkelijke manier om uw alarm te schakelen. Het probleem is echter dat een crimineel het signaal kan opvangen en kopiëren. Daarnaast heeft u ook met de afstandsbediening geen controle of uw alarm wel echt ingeschakeld wordt.
 
Detectoren
Er zijn een groot aantal verschillende typen detectoren. We kunnen de detectoren indelen in de volgende categorieën: magneetcontacten, ruimtelijk werkende detectoren en overige detectoren.
 
Magneetcontacten
Het magnetische contact wordt gebruikt voor detectie op openingen zoals ramen en deuren. Het bestaat uit twee verende metalen (schakel)tongen, die op korte afstand van elkaar zijn ondergebracht in een hermetisch afgesloten omhulling waarin een stikstofatmosfeer heerst. Wanneer een dergelijk geheel in een magnetisch veld wordt gebracht zullen de schakeltongen naar elkaar toe worden getrokken, waardoor het contact gesloten wordt. Het magnetisch veld kan afkomstig zijn van zowel een permanente magneet als een elektromagneet. Een dubbelwerkend contact is een speciale uitvoering die nagenoeg sabotagevrij is. De contacten zijn verkrijgbaar in opbouw en inbouwmodellen. Voor metalen ramen en deuren zijn speciale typen verkrijgbaar.
 
Foto 1: Voorbeeld van magneetcontacten voor deuren, ramen en garagedeuren.
 
Ruimtelijk werkende detectoren
Ruimtelijk werkende detectoren zijn de meest gebruikte detectoren. Zij worden ook wel bewegingsmelders genoemd. Een ruimtelijke werkende detector is gebaseerd op een van de volgende principes:
 
-          -          Passief Infrarood, ook wel PIR-detectoren, worden het meest toegepast. Het werkingsprincipe van de PIR berust op het uitzenden van infrarode energie door de mens. Deze melders zijn voorzien van een zogenaamd pyro element. Dit element is gevoelig voor infrarode energie en geeft een elektrische spanning af als er infrarode energie op komt. Door de achterliggende elektronica wordt dan het signaal geanalyseerd.
 
Foto 2: Voorbeeld van een PIR-detector.
 
-          -          Met een ultrasonoor systeem is het mogelijk een ruimte drie dimensionaal te beveiligen (ruimtelijke beveiliging). Bij ultrasonore bewegingsmelders wordt uitgegaan van een geluidstrilling met een frequentie die boven het voor mensen hoorbare gebied (ca. 20 kHz tot 40 kHz) uitgaat. In de praktijk kiest men veelal een frequentie van ca. 36 kHz. Deze trilling wordt elektro-mechanisch voortgebracht. De hoeveelheid in trilling gebrachte lucht bepaalt de reikwijdte van de detector in de vrije ruimte.
De door de zender geproduceerde trilling reflecteert tegen objecten in de beveiligde ruimte en de ontvanger registreert deze. Vinden in die ruimte bewegingen plaats naar de ontvanger toe of er vanaf, dan zal de ontvangen frequentie niet meer gelijk zijn aan de uitgezonden frequentie (Doppler-effect) en vindt signalering plaats. Speciale filters en balansschakelingen in de apparatuur zorgen ervoor dat effecten zoals vliegende insecten, wapperende gordijnen en in beperkte mate tochtverschijnselen geen nadelige invloed hebben op de goede werking van de apparatuur. Wel moet men rekening houden met ultrasonore geluidsbronnen in de omgeving (telefoon, bellen, TL-verlichting en dergelijke), die wel invloed hebben op de goede werking.
-          -          Radar werkt, net zoals ultrasonore detectie, volgens het principe van het Doppler-effect. De frequentie van een radardetector ligt vele malen hoger dan die van een ultrasonore detector. Zij komt bovendien op een andere wijze tot stand. De ultrasonoor werkt met een elektromechanisch opgewekte frequentie. De radar zendt een elektromagnetisch bereikte frequentie uit met een bepaald vermogen. Daarom moet de radar voldoen aan de eisen die de PTT voor dergelijke apparatuur stelt. De radar bezit een zend- en ontvangstgedeelte. Het ontvangstgedeelte past frequentievergelijking toe, zoals dat ook bij ultrasonore systemen gebeurt. De radarapparaten zijn te gebruiken over een afstand van circa 2 tot 100 meter. De hoge frequentie heeft als kenmerken dat zij sterk reflecterend is en nogal doordringend kan zijn. Daarom moet bij de plaatsing van radardetectoren zeer nauwkeurig het juiste veld of het juiste bereik worden geregeld. Bovendien moet de voeding van de detector bijzonder stabiel zijn, anders kan een verlopende frequentie ontstaan met alle detectie- en storingsproblemen van dien.
-          -          Combinatiedetectoren bestaan uit twee detectiesystemen die zich in een behuizing bevinden. Er bestaan combinaties van passief infrarood met ultrasonore detectie (PIRUS) en passief infrarood met radardetectie (PIRA). In omgevingen waar ruimtelijke detectoren onnodige signalering kunnen veroorzaken, kunnen 'combinatie-' of 'duo-detectoren' een oplossing zijn. Vooral onder (extreme) storende omgevingsomstandigheden kan met deze detectoren nodeloze alarmering worden voorkomen. Elke detector heeft uiteraard zijn specifieke detectiegebied en moet ook apart worden ingesteld. Sommige combinatiedetectoren hebben de beschikking over analyserende elektronica, waarbij na een reactie van de ene detector de andere controleert of er inderdaad sprake is van een beweging in die ruimte. Sommige detectoren zijn tevens uitgerust met een voorziening die de afdekking en/of het uitvallen van een van beide technieken signaleert.
 
Foto 3: Voorbeeld van een combinatiedetector (radar/PIR).
 
-          -          Anti masking detectoren hebben een extra voorziening waardoor ze overdag niet kunnen worden uitgeschakeld. Sabotage van deze detectoren door ze af te plakken is niet mogelijk. Dit type detector wordt aangeraden bij bedrijven met een hoog inbraakrisico en bij bedrijven waarbij diverse ruimten voor het publiek toegankelijk zijn.
 
Foto 4: Voorbeeld van een anti mask melder.
 
 
Overige detectoren
Tenslotte zijn er nog andere detectoren. Hieronder geven wij enkele voorbeelden.
 
-          -          Actief infrarood bestaat uit een zender en ontvanger. De zender zend een infrarode straal uit naar de ontvanger. Wordt deze straal onderbroken dan volgt er een alarm. Actief infrarood wordt toegepast bij buitendetectie, bijvoorbeeld langs een hek, langs roldeuren in loodsen, en ook wel in dakkoepels.
-          -          Trildetectoren reageren op trillingen. Trilcontacten zijn er in diverse uitvoeringen. Een dergelijke schakelaar reageert bij een bepaalde trilling of vibratie. Door soepeler of stijver materiaal te gebruiken of door het contact te voorzien van een afstelmogelijkheid kan men dit schakelaartje gevoelig maken voor een zeer lichte trilling tot en met een trilling ten gevolge van een explosie. Toepassing van dit mechanische trilcontact op beglazing aan de straatzijde wordt afgeraden door de vele mogelijkheden die daar zijn om een nodeloos alarm te laten ontstaan. Trildetectoren zijn een goede manier om een inbraakpoging vroegtijdig te signaleren. De inbreker veroorzaakt bij zijn poging tot inbraak al trillingen die een alarm genereren.
-          -          Goud- of zilverkleurige biezen worden toegepast voor ruitbeveiliging op deuren en ramen bij juweliers en fotozaken. De biezen zijn stroomgeleidend en vormen een ruststroomcircuit. Het breken van een bies veroorzaakt een verbroken circuit, waardoor er een alarm plaatsvindt.
Het aanbrengen van de biezen vraagt goed vakmanschap, omdat de bies een geheel met de ruit moet vormen, zodat bij ruitbreuk ook de bies breekt.
-          -          De schakel- of contactmat bestaat uit een aantal dicht boven elkaar gelegen strippen van een speciale metaalsoort die onderling met een slijtvaste kunststof zijn geïsoleerd. De mat is maar enkele millimeters dik en kan daardoor zonder enig bezwaar onder vloerbedekking gelegd worden.
Indien er iemand (met een bepaald minimumgewicht) over de mat loopt komt een contact tot stand.
-          -          Bij alarmbeglazing vindt de detectie plaats door het breken van de in het glas aanwezige bedrading. Er bestaan twee varianten: de gelaagde ruit waarin over het gehele oppervlak een zeer dunne draad is aangebracht en de gelaagde ruit waarvan een laag gehard glas in een van de bovenhoeken een breukstrip bevat.
-          -          Grote wanden, maar ook houten deuren en andere voor inbraak kwetsbare bouwkundige delen, zijn onzichtbaar te beveiligen door zigzag aan de binnenkant een draad te spannen waar een ruststroom doorheen loopt. Bij het forceren van het object breekt de draad en dat schakelt een alarm in.
-          -          Passieve glasbreukmelders, ook wel contactmicrofoons genoemd, zijn in staat de frequentie van het geluid van brekend glas, die ligt tussen de 50 en 100 kHz te registreren. Indien de ruit breekt, waarop een dergelijke microfoon is aangebracht, ontstaat een korte trilling in het frequentiegebied. Deze impuls gaat naar een selectieve versterker, die alleen reageert op deze glasbreukfrequenties.
De microfoon met de daaraan gekoppelde detectieapparatuur is niet gevoelig voor bonzen, slaan en trillen van de ruit zolang deze niet breekt. De detector moet op de meest kwetsbare plek van de ruit zijn aangebracht. Die bevindt zich bij ramen en deuren ter hoogte van de vergrendeling. De glasbreukmelders dienen een geheel te vormen met het glasoppervlak vanwege de geleiding van het geluid door de ruit naar de melder. Het aanbrengen daarvan is daarom vakwerk. Glasbreukmelders mogen niet geplaatst worden op gelaagde beglazing, draadglas en structuurglas. Deze glassoorten kunnen de trilling van brekend glas zodanig dempen, dat de betrouwbaarheid in gevaar komt. Ook het aanbrengen van stickers of folies op de ruit kan een nadelig effect hebben op de werking van de glasbreukmelder.
 
Foto 5: Voorbeeld van een glasbreukmelder voor bevestiging op het raam.
 
-          -          Een actieve glasbreukmelder bestaat uit een zender en een ontvanger. Aangezien glas een goede geleider is voor geluidssignalen, met name in het kilohertz-gebied, wordt door de zender een signaal in dit frequentiegebied door het glas heen gezonden naar de ontvanger. Op deze wijze wordt de gehele ruit in een hele lichte trilling gebracht. Steenslag, bonzen of tikken op de ruit heeft geen invloed op de goede werking van de detector. Het breken van de ruit echter verstoort de trilling van het glas, waardoor een alarmdrempel wordt over schreden. Door deze werking zijn actieve glasbreukmelders minder storingsgevoelig dan passieve glasbreukmelders.
-          -          De glasbreukmicrofoon registreert, evenals de glasbreukmelder, de frequentie van brekend glas. Het verschil met de glasbreukmelder is dat de glasbreukmicrofoon niet direct op het glas is aangebracht, maar in de directe omgeving ervan.
 
Foto 6: Voorbeeld van een glasbreukmelder.
 
-          -          Pneumatische detectie kan in principe bij ieder geheel gesloten hol element worden toegepast. Het veranderen van de luchtdruk in het element is bij deze vorm van beveiliging de oorzaak van een alarmering.
-          -          Terreinbeveiliging is een specialistische discipline dat niet door elke installateur wordt gedaan. Op het terrein worden lussen in de grond aangebracht. Indien inbrekers hierover lopen, rollen, springen enz. zal een alarm gegenereerd worden.
 
Alarmgevers
Alarmgevers worden gebruikt om een alarmsituatie kenbaar te maken. Ze zijn verkrijgbaar in vele uitvoeringen. We maken onderscheid in binnensirenes, buitensirenes (eventueel met flitser) en flitsers.
 
-          -          Binnensirenes produceren bij alarm een oorverdovend lawaai. Het is de bedoeling dat de inbreker hier van schrikt en weet hij dat binnen korte tijd de politie kan verwachten.
-          -          Buitensirenes zijn de grote kasten welke aan de buitenkant van het bedrijf hangen. Meestal is ook de flitser in de behuizing gemonteerd. Een goede buitensirene heeft een eigen stroomvoorziening. Meestal is dit een accu of een batterij. Wordt de voedingskabel gesaboteerd dan zal de sirene toch afgaan. Voor buitensirenes is meestal een vergunning nodig.
-          -          Flitsers worden gebruikt om de alarmopvolgers zoals de bewakingsdienst en/of politie te wijzen waar het alarm is.
 
Doormeldapparatuur
Doormelding betekent dat uw systeem via een telefoonlijn bij alarm een signaal verstuurd naar een Particuliere Alarmcentrale, ook wel PAC genoemd. De doormelding kan plaatsvinden via de gewone analoge lijn, via ISDN, via de kabel en via RAM mobile data (draadloos). Bij bedrijven met een hoog inbraakrisico wordt het alarmsysteem via een "vaste lijn" aangesloten. Dit betekent dat uw lijn continu bewaakt wordt. Sabotage, door bijvoorbeeld het doorknippen van de lijn wordt direct gemeld
 
Hebt u ISDN dan kunt u een abonnement nemen op Digi Access Alarm van de KPN. Hierbij wordt, via het D kanaal van de ISDN lijn, een continu verbinding met de PAC tot stand gebracht. Indien u overstapt op ISDN kan de analoge kiezer niet rechtstreeks op de ISDN worden aangesloten. Uw leverancier kan u hier meer over vertellen.
 
Dan is er nog de mogelijkheid van RAM mobile data. Dit systeem wordt vaak als back up bij bedrijven met een hoog inbraakrisico toegepast.
 
Meer informatie
NCP-erkende BORG beveiligingsbedrijven:
 
 
 © NCP 2006
 
Partners van MKBdirect
2012 MKBdirect.nl Contact Privacybeleid Disclaimer AOV vergelijk