In het jaar waarin een ondernemer zijn onderneming geheel of gedeeltelijk staakt, ontstaat in het algemeen stakingswinst.
Teneinde de belastingheffing uit te stellen en/ of over meerdere jaren te spreiden (geeft tariefsvoordeel voor de inkomstenbelasting door de progressieve tarieven), biedt de Wet Inkomstenbelasting 2001 de mogelijkheid een extra lijfrentepremie- aftrek toe te passen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste het bedrag van de stakingswinst maar nooit meer dan tot het in de wet bepaald maximum.
Artikel 3.129 Wet Inkomstenbelasting 2001 Voor de bovenvermelde extra aftrekmogelijkheid gelden de navolgende (wettelijke) maxima:
€ 405.214
- als ondernemer bij staking 60 jaar of ouder is
- als ondernemer bij staking 45% of meer arbeidsongeschikt is en lijfrentetermijnen binnen 6 maanden na staking ingaan
- bij staken door overlijden ondernemer
€ 202.612
- als ondernemer bij staking 50 jaar of ouder is
- als de lijfrentetermijnen direct ingaan
€ 101.311
De hierboven vermelde maximumbedragen worden verminderd met:
- waarde in economisch verkeer van bepaalde pensioenaanspraken saldo FOR begin kalenderjaar
- afname FOR ter bedinging stamrecht
- bedragen van afgetrokken lijfrentepremies in de voorafgaande jaren uit hoofde van zogenaamde aanvullende en inhaalaftrek
- aftrekbare premie voor verzekering met lijfrenteclausule betaald in jaar van de stakingswinst
Om voor aftrek in aanmerking te komen dient de koopsom (stakingswinst) te worden aangewend voor een van de navolgende vormen van lijfrente of een combinatie daarvan conform artikel 3.125 Wet Inkomstenbelasting 2001.